Kernpunten
- EN 16931-1:2017 is het Europese semantische datamodel voor de kernelementen van een e-factuur, gepubliceerd door CEN op 28 juni 2017.
- De Europese Commissie heeft in Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1870 de referentie gepubliceerd, met twee toegestane syntaxen: UBL en UN/CEFACT CII.
- Overheden in de EU moeten sinds uiterlijk 18 april 2019 e-facturen volgens deze norm kunnen ontvangen en verwerken.
- Onder ViDA hoeft een afnemer een e-factuur volgens EN 16931 niet meer te accepteren voordat je hem mag sturen.
- Het kabinet kiest ervoor om voor binnenlandse e-facturen vanaf 1 juli 2030 alleen EN 16931 toe te staan, zonder andere normen.
EN 16931 is de Europese norm die vastlegt welke gegevens een elektronische factuur bevat, wat die gegevens betekenen en in welke twee XML-talen je ze mag opschrijven: UBL of UN/CEFACT CII. Het kabinet wil vanaf 1 juli 2030 voor binnenlandse e-facturen tussen bedrijven alleen deze norm toestaan. Overheden in de hele EU werken er al sinds 2019 mee. Voor jou als ondernemer is het vooral de reden dat elk boekhoudpakket straks dezelfde taal moet spreken.
Waar de norm vandaan komt
De norm is een gevolg van Richtlijn 2014/55/EU over e-facturen bij overheidsopdrachten. Die richtlijn vroeg om "een gemeenschappelijke Europese norm voor het semantische gegevensmodel voor de kernelementen van een elektronische factuur".
Het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) publiceerde op 28 juni 2017 twee documenten:
- EN 16931-1:2017, "Semantisch gegevensmodel voor de kernelementen van een elektronische factuur".
- CEN/TS 16931-2:2017, de "Lijst van syntaxen die voldoen aan EN 16931-1".
De Europese Commissie maakte de referentie bekend in Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1870 van 16 oktober 2017. Daarin staat ook 18 april 2019 als uiterste datum voor de lidstaten. In Nederland moeten sindsdien alle aanbestedende diensten, van ministeries tot gemeenten en waterschappen, zulke e-facturen kunnen ontvangen en verwerken. Meer daarover in Factureren aan gemeenten, provincies en waterschappen.
Wat er in de norm staat
De norm beschrijft geen bestand, maar een lijst van begrippen. Elk begrip heeft een nummer, zoals BT-23 voor het bedrijfsproces (ProfileID) of BT-24 voor de specificatie-identificatie (CustomizationID). Groepen heten BG.
Richtlijn 2014/55/EU noemde al wat er minimaal in moet. Onder meer:
- proces- en factuurkenmerken;
- de factuurperiode;
- gegevens over verkoper en koper;
- details per factuurregel;
- leveringsinformatie;
- betalingsgegevens en -voorwaarden.
De norm mocht van de richtlijn geen elektronische handtekening voorschrijven, en moest "technologisch neutraal" zijn.
Twee talen: UBL en CII
Uitvoeringsbesluit 2017/1870 noemt precies twee syntaxen:
| Syntax | Officiële omschrijving | Gebruik in Nederland |
|---|---|---|
| UBL | "UBL-factuur- en kredietnotaberichten, zoals omschreven in ISO/IEC 19845:2015" | Gangbaar, onder meer als SI-UBL 2.0 en Peppol BIS Billing 3.0 |
| UN/CEFACT CII | "Cross Industry Invoice XML-bericht, zoals omschreven in XML-Schemas 16B" | Minder gebruikelijk in Nederland |
In de praktijk kom je in Nederland vrijwel altijd UBL tegen. Hoe UBL, SI-UBL en NLCIUS zich tot elkaar verhouden, lees je in UBL, SI-UBL en NLCIUS uitgelegd.
Strenger maken mag: de CIUS
De norm laat ruimte om hem voor een bepaalde groep strenger te maken. Dat heet een CIUS (Core Invoice Usage Specification). Een CIUS mag velden verplicht maken of beperken, maar niets toevoegen dat niet in de norm staat.
Bekende voorbeelden:
- NLCIUS, de Nederlandse CIUS, beheerd door de NEN Normcommissie e-facturatie. Verplicht (pas toe of leg uit) voor facturen aan de Nederlandse overheid.
- Peppol BIS Billing 3.0, de CIUS van OpenPeppol, met landregels per land.
Wil een sector extra gegevens meesturen die niet in de norm staan, dan heet dat een extensie. Voorbeelden zijn de G-rekening, SETU voor de uitzendbranche en SEeF voor energie. Een factuur met extensie noemt zich "conformant" in plaats van "compliant".
Je ziet dit terug in het CustomizationID bovenaan elke e-factuur. Volgens de NPa betekent urn:cen.eu:en16931:2017 dat "het document voldoet aan de Europese Norm voor e-factureren (EN-16931)".
Wat ViDA eraan verandert
Met de ViDA-richtlijn (EU) 2025/516 krijgt de norm een grotere rol. Vanaf 1 juli 2030 moeten e-facturen voor intracommunautaire B2B-handel voldoen aan "de Europese norm voor elektronische facturering en de lijst van syntaxen op grond van Richtlijn 2014/55/EU".
Belangrijk voor de praktijk: de uitreiking van zo'n factuur aan een ondernemer "is niet afhankelijk van aanvaarding door de afnemer". Nu moet je klant nog instemmen met een digitale factuur. Voor een factuur volgens EN 16931 vervalt die eis.
Lidstaten mogen voor binnenlandse facturen ook andere normen toestaan. Nederland doet dat niet. Achtergrond in Wat is ViDA en wat betekent het voor Nederland?.
De Nederlandse keuze: alleen EN 16931
In de bijlage bij de Kamerbrief van 11 september 2026 is vraag 7: "Wil Nederland naast de EU-norm ook andere normen hanteren voor binnenlandse transacties?" Het antwoord is nee.
EY adviseerde om alleen EN 16931 toe te staan. Als voordelen noemt de bijlage Europese harmonisatie, eenvoudiger toezicht door de Belastingdienst en lagere kosten op de middellange termijn. België doet hetzelfde: "België verplicht ook de EN16931 norm voor alle sectoren."
De bijlage noemt ook nadelen:
- Sectoren als bouw, zorg en energie gebruiken eigen formaten (genoemd worden DICO en GS1) die niet volledig aansluiten. Die hebben extensies nodig.
- Extensies blijven ook nodig voor andere wetgeving, zoals de wet ketenaansprakelijkheid.
- De norm staat "slechts twee technische formaten (UBL 2.1 en UN/CEFACT CII)" toe.
Het kabinet koos toch voor alleen EN 16931: "Door alleen de EN16931 voor te schrijven en geen andere factuurnormen toe te staan komt er uniformering en efficiëntie."
Wat betekent dit voor jou?
- Gebruik je EDI of een eigen XML-formaat met grote klanten? Dat mag volgens de kabinetskeuze straks niet meer als binnenlandse e-factuur, tenzij het aan EN 16931 voldoet. Bespreek dit op tijd met je softwareleverancier.
- Werk je in een sector met eigen standaarden? Vraag je brancheorganisatie of er een EN 16931-extensie komt.
- Wil je een bestand controleren? Met onze e-factuur validator zie je of een UBL-bestand de regels van de norm volgt.
Wat staat vast en wat is nog open
Wat staat vast (20 oktober 2026):
- EN 16931 met twee syntaxen (UBL en CII) is de Europese norm, bekendgemaakt in 2017.
- Overheden moeten sinds 18 april 2019 zulke facturen kunnen ontvangen.
- ViDA maakt de norm vanaf 1 juli 2030 verplicht voor intra-EU B2B-facturen.
Wat is nog open:
- Hoe de Nederlandse wet het precies formuleert. Er is nog geen wetsvoorstel; zie Is e-facturatie al wet?.
- Of er een Nederlandse CIUS voor B2B komt, of dat de kale norm genoeg is.
- Hoe sectorextensies worden behandeld.
- De normcommissie bij NEN volgt ViDA en de gevolgen voor NLCIUS. Aanpassingen zijn nog niet aangekondigd.
Veelgestelde vragen
Wat is EN 16931?
Een Europese norm van CEN die beschrijft welke gegevens een elektronische factuur bevat en wat ze betekenen. Deel 1 is het datamodel. Deel 2 (CEN/TS 16931-2) noemt de toegestane syntaxen: UBL en UN/CEFACT CII.
Is een UBL-factuur automatisch EN 16931?
Nee. UBL is alleen de taal. Een UBL-bestand voldoet pas aan EN 16931 als het de regels van de norm volgt. Dat zie je aan het CustomizationID, dat begint met urn:cen.eu:en16931:2017.
Moet ik als ondernemer de norm kopen of lezen?
Meestal niet. Je boekhoudpakket of serviceprovider zorgt dat de factuur aan de norm voldoet. Wil je een bestand controleren, gebruik dan een validator.
Mogen andere formaten zoals EDI straks nog?
Volgens de kabinetskeuze van 11 september 2026 niet voor binnenlandse e-facturen tussen bedrijven: alleen EN 16931. Het wetsvoorstel moet dit nog vastleggen.
Zie je een fout? Meld het ons. efacturatiehub.nl is een onafhankelijke publicatie en is niet verbonden aan de Belastingdienst of de Rijksoverheid. De plannen kunnen nog veranderen; controleer de bronnen en de officiële informatie voordat je een beslissing neemt.